Hoe moet ik fotograferen in de manual stand #beginner

Fotograferen in de manual stand

Beginner: Hoe moet ik fotograferen in de manual stand?

Foto’s maken doen we allemaal, of het nou met je mobiel is of met een professionele camera. Meestal hoeven we hiervoor maar drie dingen te doen, namelijk het object in beeld zetten, zorgen dat de camera goed focust en de foto maken. Alle andere elementen regelt de camera helemaal zelf, totdat je de manual stand leert kennen…

Dus hoe moet ik fotograferen in de manual stand?

De manual stand is op een telefoon niet makkelijk te vinden. Je hebt hiervoor meestal een speciale app nodig die jou de mogelijkheid geeft om alles zelf in te stellen. Bij een gevorderde camera zit bovenop de body een wieltje dat je kunt draaien. Draai dit wieltje naar de stand M en je krijgt volledige controle over de camera. Je moet hierbij wel weten wat je doet want de camera doet zelf niets meer en blijft op één stand staan. Als je nu bijvoorbeeld naar buiten loopt en je maakt een foto, dan is de kans groot dat deze overbelicht is. Normaal corrigeert de camera dit automatisch voor je door rekening te houden met drie variabelen.

1. Sluitertijd

Allereerst heb je de sluitertijd die je kunt bedienen. Dit is de snelheid waarmee de camera de sluiter opent en sluit. Hoe lager dit getal, hoe meer licht de camera opneemt. Het nadeel van een lager getal is dat bewegende objecten niet bevriezen op de foto en dus wazig/bewogen kunnen zijn. Door de sluitertijd in te stellen op een hoger getal kun je deze bewegende objecten bevriezen.

Het is daarnaast ook mogelijk om te kiezen voor een hele lange sluitertijd, bijvoorbeeld 20 seconden. Dit zorgt ervoor dat er veel licht in de camera komt en dat bewegende objecten verdwijnen of uitgesmeerd worden. Hiermee kun je heel veel gave effecten creëren, door bijvoorbeeld te spelen met licht en water.

2. Diafragma

Ten tweede heb je het diafragma dat je kan instellen. Hierbij geldt opnieuw: hoe lager het getal, hoe meer licht de camera opneemt. Een lager getal zorgt daarnaast ook voor een groter scherpte-diepte verschil, wat mooi is bij bijvoorbeeld portretfoto’s. Een hoger getal zorgt er juist voor dat er veel in focus is en dat het scherpte diepte verschil kleiner wordt. Bij landschapsfotografie is een hoger getal een goede keuze, omdat je daarmee meer van de omgeving scherp in beeld krijgt.

3. ISO-waarde

Tot slot is er nog de ISO-waarde en hierbij geldt (helaas) niet dezelfde regel als bij de voorgaande onderdelen. Hierbij zorgt juist een hoger getal ervoor dat de camera meer licht opneemt. Het nadeel hiervan is dat een hogere ISO-waarde zorgt voor meer ruis in de foto. Hoe ver je kunt gaan hiermee is afhankelijk van de camera die je gebruikt, maar normaalgesproken houd je dit getal zo laag mogelijk. Een laag getal zorgt dus voor de meest scherpe foto met weinig ruis. Je kunt bepaalde lichten wel meer laten poppen door de ISO-waarde iets te verhogen.

Samenhang van variabelen

Deze drie variabelen hangen altijd samen en hebben in iedere situatie een andere samenstelling nodig. Het is jouw taak om uit te zoeken wat het mooiste is en welke waarden het beste passen bij de situatie. Hier is geen vaste regel voor, er zijn enkel richtlijnen en verder is het spelen met de instellingen en uitzoeken wat voor jou het beste werkt :).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

10 + een =